Catering bestellen in Doetinchem?

 Zie Geschiedenis van Doetinchem voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De oudste vermelding van Doetinchem dateert uit 838 als villa Duetinghem, een nederzetting met een kerk. In de periode na 838 ontstond de versterkte stad Deutinkem met een kerk die ten geschenke werd gegeven aan de toenmalige bisschop van Utrecht. Andere naamvarianten die in de loop van de tijd gebruikt werden, waren Duttichem, Duichingen, Dotekom en Deutekom.

Rond 1100 begon Doetinchem te groeien, en werd een stadsmuur gebouwd tegen plunderaars die meerdere malen probeerden de stad leeg te roven. In 1236 kreeg Doetinchem stadsrechten van graaf Otto II van Gelre; ook werd in dat jaar de stadsmuur met een meter verhoogd. De tot dan gebruikte vier slagbomen werden vervangen door vier grote stadspoorten: de Hamburgerpoort, de Waterpoort, de Gruitpoort (ook wel Grutpoort) en de Hezenpoort. Later werden er grachten omheen gegraven, en er werden voorpoorten gemaakt. Doetinchem werd belangrijk als handelsplaats voor boeren die er hun koopwaar op de markt kwamen verkopen. Deze markt werd gehouden op het Simonsplein en tot aan de Tweede Wereldoorlog bleef deze bestaan. Doetinchem was een van de vijf stemhebbende steden binnen de Staten van het kwartier Zutphen. Een grote stadsbrand in 1527 vernietigde alle gegevens van Doetinchem. Over Doetinchem uit de Middeleeuwen is hierdoor niet veel meer bekend.

Restant stadsmuur, gaswal

In 1672 is de stadsmuur grotendeels afgebroken, in de tweede helft van de 19e eeuw de poorten en werd een groot deel van de stadswal ontmanteld. De fundamenten van de stadsmuur uit het einde van de 13e of het begin van de 14e eeuw zijn gedeeltelijk nog aanwezig in de grond, en waren aan de voet ongeveer anderhalf[2] meter breed.[3] Doetinchem bleef rustig tot aan de Eerste Wereldoorlog, toen een paar grenswachters er de wacht hielden.

Ook de Tweede Wereldoorlog met de Hongerwinter leek Doetinchem goed door te komen. Er was gedurende de oorlogsjaren een kleine Duitse bezettingsmacht gelegerd. Op het eind van de oorlog werden enkele gevangenen geëxecuteerd als represaille voor een verzetsdaad, gepleegd bij het Veluwse dorp Putten toen een belangrijke Duitse officier werd doodgeschoten door het verzet. Ook werd het pand Bouchina gebruikt om negen Nederlandse Joden, die speciale bescherming genoten van de NSB, in te huisvesten.